Harde lenzen inzetten begint altijd met schone handen. Leg je materialen klaar: de rechter- en linkerlens, je zuignapje (als je die gebruikt) en eventueel een spiegel. Was je handen zorgvuldig met water en zeep en droog ze goed af.
Neem de lens uit de lenshouder en controleer of deze schoon is. Plaats de harde lens op je vingertop of op het zuignapje, afhankelijk van wat je zelf het prettigst vindt. Trek vervolgens je onder- en bovenooglid goed open zodat er voldoende ruimte is om de lens te plaatsen.
Kijk recht vooruit en breng de lens rustig naar het oog. Plaats de lens in het midden van het hoornvlies. Knipper daarna een paar keer zodat de lens zichzelf goed centreert. Een harde lens klikt als het ware even vast op het oogoppervlak. Als de lens niet direct goed voelt, knipper dan nog enkele keren of masseer licht tegen het ooglid zodat de lens zich kan zetten.
Zet alles klaar: je contactlenshouder, lenzenvloeistof en eventueel een spiegel. Was je handen en maak ze goed droog. Sluit de afvoer van de wasbak, dit voorkomt dat je lens wegspoelt als hij valt.
Neem de zachte lens uit de lenshouder en spoel deze indien nodig af met lenzenvloeistof. Controleer vervolgens of de lens niet binnenstebuiten zit. Een goede lensvorm heeft gladde, rechtopstaande randen; staat de rand iets naar buiten? Dan zit de lens omgekeerd.
Plaats de lens op je vingertop. Trek je onderooglid omlaag en houd het bovenooglid goed omhoog. Kijk iets omhoog en plaats de lens rustig op het onderste deel van je oog. Wanneer de lens het oog raakt, laat je je ooglid los en knipper je zacht zodat de lens vanzelf naar het midden van het hoornvlies glijdt. Zachte lenzen plakken licht aan het oogoppervlak en centreren vanzelf.
Lees ook
Lenzen uitdoen: zo werkt het
Wat is het verschil tussen harde en zachte lenzen?
Hoe begin je met lenzen dragen?